Dysplasie

Dysplasie (in dit geval in de heup) is een conditie van het gewricht die in de meeste gevallen onstaat gedurende de jeugd maar het kan ook later onststaan. Bij ongeveer 0,1 tot o,2% van de bevolking kan zich dysplasie ontwikkelen en bij vrouwen 4 keer vaker dan bij mannen. Behalve een mogelijke gentische aanleg vermoedt men dat er hormonale oorzaken zijn voor de verschillen tussen de geslachten. Vrouwen hebben ook een andere bekkenvorm die op zich al meer neiging heeft tot het ontstaan van dysplasie.

Dysplasi i olika stadier

Dysplasi in verschillende stadia

Na bepaalde tekenen die duiden op mogelijke heupproblemen bij de nieuwgeborenen kan de kinderarts ageren op de manier die de situatie het best past, zoals bijvoorbeeld het doorsturen van de baby of het kind naar een orthopeed voor verder onderzoek en behandeling.

Bij heupdysplasie kunnen meerdere delen in de heup zijn betrokken zoals de bekkenkom, het labrum, het heupkapsel en ander weefsel maar ook de heupkop en dijbeenhals.

De bekkenkom

Er bestaan verschillende vormen van osteotomie in het bekken en soms het bovendeel van het dijbeen waarmee fouten kunnen worden gecorrigeerd van een dysplastische heup, dat gebeurt dan meestal zo vroeg mogelijk in het leven. Voldoende dekking of ‘dak’ over de heupkop en juiste hoeken van de bekkenkom (en eventueel dijbeenhals) is wat men probeert te bereiken met osteotomie. Tegelijker tijd wordt de bekkenkom een juiste anteversie hoek gegeven (vooruit richting). De hoek van de kom moet ook rekening houden met de hoek van de dijbeenhals. Een aantal operative oplossingen wordt op de tekeningen van de World Journal of Orthopedics geveven:

Heupkop

Het kan ook nodig zijn om de heupkop of de hele dijbeenhals een andere richting te geven die voldoende bewegingsvrijheid geeft in alle posities.dysplasi-lösningar
Met zowel de bekkenkom als de heupkop in de meest gunstige positie en richting wordt de patient de grootste kans geboden op een normal fungerend heupgewricht. Maar dit alles is absolut geen garantie dat men het hele leven helemaal probleemvrij blijft. Het is niet ongebruikelijk dat er zich artrose ontwikkelt later in het leven bij mensen die vroeg in het leven een corrigerende osteotomie hebben gehad. Nekrose oftewel beendood in de uiterste delen van de dijbeenhals of heupkop die waren veranderd bij een eerdere osteotomie is een mogelijk gevolg.

In het Engels wordt heupdysplasie soms aangeduidt met DDH of Developmental Dysplasia of the Hip, maar niet alle specialisten zijn het overeens over deze benaming.

Als de dysplasie later in het leven heupproblemen veroorzaakt kan ook de vraag opkomen of dit de kandidatuur voor hip resurfacing zou kunnen beïnvloeden. Meestal is dit geen problem maar dit moet in ieder individueel geval worden onderzocht. Het uiteidelijke antwoord hierop kan alleen worden gegeven door een echte hip resurfacing specialist en definitief NIET zo maar een orthopeed, hoe aardig en behulpzaam hij of zij ook mag zijn.

In bepaalde gevallen kan de specialist besluiten om een zogenaamde dysplasieskom toe te passen. dysplasiskål

Bij hip resurfacing kan dit een speciale bekkenkom zijn met oren waardoor een aantal schroeven kunnen worden gedraaid voor het vastzetten, zie de foto. Ook voor conventionele heupprothesen bestaan er dysplasiekommen in dat geval met gaten in de bodem van de kom die het vastzetten met schroeven toelaten.
Alleen in hele extreme situaties zal er een dysplasiekom nodig zijn.
Als u dysplasie heeft en een hip resurfacing prothese wenst mag u mij natuurlijk benaderen voor verder informatie en hulp of wellicht de naam van een passende specialist.

Een Zweedse link met meer informatie: dysplasie

Een Amerikaanse link over: dysplasie en PAO osteotomie

Een aantal verder ontwikkelde stadia van dysplasie die onder de bevolking voorkomen worden hier beneden vergroot getoont.

 

Dysplasiastages2